4. Wat is een atopische voedsel allergie?

Inleiding

Inleiding atopische voedselallergie.png

Klachten die betrekking hebben op voedselallergie zijn heel breed. Zij variëren van klachten van het maagdarmstelsel (AOS en diarree), huid (eczeem, urticaria, petechiën) en ademhalingswegen. De oorzaken van deze klachten hebben echter dikwijls een andere oorzaak dan een atopische allergie voor voedselallergenen. Deze vorm van allergie is exclusief voor een IgE gemedieerde reactie, waarbij histamine uit mestcellen vrij komt en de klachten veroorzaakt (figuur 1).

Andere veroorzakers van darm- maar ook huidklachten kunnen zijn van:

Immunologische oorsprong

  • IgG gemedieerde auto immuun reacties op de darmwandcellen bij Coeliakie, Ziekte van Crohn of Colitis Ulcerosa

Niet immunologische oorsprong

  • Intolerantie / chemische prikkels tegen

  • Toxinen in (bedorven) voedsel

  • Melksuiker intolerantie / lactase deficiëntie

  • Aminen en histamine vrijmakers in voedsel

  • Huiduitslag / eczeem door irriterende stoffen of infecties

Laboratoriumonderzoek naar voedselallergie

In het algemeen wordt met allergie de IgE gemedieerde atopische allergie (type1) bedoeld. Zij wordt ingedeeld in inhalatie- en voedsel allergie. De inhalatie allergie kan betrouwbaar met behulp van onderzoek naar het specifieke IgE tegen de verschillende inhalatie allergenen worden vast gesteld. De meest voorkomende allergenen zijn die van huisstofmijt, honden- en katten roos, boom- gras- en kruidenpollen of schimmels.
Voor het onderzoek naar voedsel allergie is dit niet zo eenduidig.
Bij het laboratoriumonderzoek naar het IgE tegen specifieke voedsel allergenen. Hiervoor wordt vaak een screenende test gebruikt waarop de meest voorkomende voedselallergenen als mengsel aanwezig zijn ( bv fx5 test van Thermo Fisher / Phadia). Is de test positief dan wordt gekeken welk van de 6 specifiek allergenen koemelk, kipeiwit, kabeljauw, tarwe, soja en pinda positief zijn.
De ervaring leert, dat de sensitiviteit (gevoeligheid) en specificiteit (fout positieve uitslag) van deze screenende test te wensen over laat.
Indien de uitslag van één of meerdere allergeen testen positief is, dan hoeft nog geen klinisch relevante IgE aanwezig te zijn ( ref…..). De oorzaak is:


1. Kruisreactiviteit van antistoffen tegen klinisch onschuldige CCD moleculen. Patiënten die deze antistoffen maken hebben geen klinische klachten. Echter deze onschuldige reagerende antistoffen kunnen ook “kruisreageren” met vergelijkbare plantaardige allergenen (CCD) die wel potentieel gevaarlijk zijn bv pinda, soja, hazelnoot. De test maakt geen onderscheid tussen onschuldige en gevaarlijke allergenen in bv. de pinda. Dit komt, omdat in de test een mengsel alle allergenen (eiwitten), die in de betreffende plant voor komen.
2. Kruisreactiviteit van antistoffen tegen plantaardige allergenen van boompollen of graspollen die een inhalatie allergie (hooikoorts) veroorzaken. Deze inhalatie allergie relevante antistoffen kruisreageren echter ook met vergelijkbare plantaardige allergenen (PR10 eiwitten) van de pinda, soja, hazelnoot. De oorzaak is ook hier, dat de test geen onderscheid maakt tussen onschuldige en gevaarlijke allergenen in de pinda omdat het een mengsel is van alle allergenen die in een plant voor komen. De patiënt kan dan wel milde symptomen hebben zoals bij de kruisreactie van de IgE berkenpol tegen de appeleiwitten. De patiënt heeft dan jeuk in de mond en eventueel dikkere lippen, maar verder geen klachten. Dit heet het “appel orale syndroom” (AOS). Er zijn een groot aantal AOS veroorzakende allergenen waarbij andere vruchten en hazel- en walnoten maar ook pindanoten op de voorgrond treden.
3. Klinisch relevante allergenen die klinisch milde maar ook gevaarlijke / anafylactische reacties kunnen geven. Met name deze laatste antistoffen zijn van belang om te weten. Op basis hiervan kan een eliminatie plaats vinden van het schadelijke allergeen. In bijzonder zijn dat

Daarnaast kan een test (vals) negatief zijn, terwijl er wel degelijke sprake is van een atopische reactie. Onderzoek toont aan, dat bij 47% van de bewezen koemelk-intolerantie bij kinderen geen positieve test tegen koemelkeiwitten worden gevonden .

Samenvattend
Meten van IgE is niet altijd weten of iemand een atopische voedsel allergie heeft.

Gerichte anamnese

De richtlijnen van de medische vakverenigingen wijzen erop, dat een goede anamnese essentieel is voor het stellen van de juiste diagnose. Een aantal onderwerpen binnen de anamnese die kenmerkend zijn voor voedsel allergie komen steeds terug in de richtlijnen. Bij aanwezigheid van deze verschijnselen neemt de kans van een atopische allergie toe:

  1. Gezinsanamnese: vader, moeder of andere kinderen hebben een atopische allergie. De diagnose moet wel door een arts gesteld zijn. Bijvoorbeeld voedselallergie, constitutioneel eczeem, allergische rhinoconjunctivitis of allergische astma

  2. Symptomen in 2 of meer systemen: Maagdarm, ogen, huid en/of mondkeel gebied

  3. Objectiveerbare verschijnselen: Bijvoorbeeld braken, urticaria, dyspneu met piepen. Bij subjectieve klachten bv buikpijn, onrustig gedrag is de kans op allergie kleiner

  4. Klachten direct na inname van hetzelfde voedsel

  5. Duidelijke en herhaald verband in tijd tussen voedselinname en optreden van dezelfde symptomen

  6. De klachten treden nooit op zonder blootstelling aan verdachte voedingsmiddel

  7. Patiënt is gediagnosticeerd met inhalatieallergie voor boom of graspollen. Is relevant in verband met kruis-reagerende antistoffen tegen gras- of boompollen

Componenten allergenen

Componenten allergenen.png

Wetenschappelijk onderzoek heeft er toe geleid dat men nu onderscheid kan maken tussen de antistoffen die gericht zijn tegen verschillende allergenen, die wel (gevaarlijke) klachten veroorzaken en degenen die geen klachten veroorzaken en onschuldig zijn. Men heeft m.b.v. biotechnologisch / recombinant technieken deze gevaarlijke componenten uit allergenen / voedingsmiddelen gesynthetiseerd en vervolgens verwerkt in een zgn. componenten analyse test. Er zijn ook testen ontwikkeld voor het aantonen van de ongevaarlijke kruis-reagerende componenten. Door deze gevarieerde componenten analyse wordt de uitslag veel specifieker.
In onderstaande tabel zijn een aantal van deze (kruis-reagerende) componenten naar het klinische effect beschreven, waarbij pinda en hazelnoot op de voorgrond staan.

Samenvattend

Gerichte anamnese
Een zorgvuldige anamnese zoals bovenstaand geformuleerd is essentieel voor een goede diagnose rond voedselallergie. Het onderzoek naar specifieke voedselallergenen dient gericht naar voedingsmiddel plaats te vinden.
Componenten allergenen
Enkele positieve specifieke allergenen test kan toegeschreven worden aan antistoffen tegen onschuldige CCD allergenen, milde kruis reagerende PR10 eiwitten of potentieel klinisch gevaarlijke / anafylactische opslageiwitten LTP eiwitten.